
Jan Cremer – Ik, Jan Cremer
Nog een klassieker die al een tijdje in mijn kast stond te wachten om gelezen te worden. De ophef die het boek veroorzaakte was volgens mij genoeg bewijs dat het een goed boek was. Afgezien van het verhaal zelf, want dat had ik nog niet eens ingezien, is een boek dat taboedoorbrekend bezig is, per definitie de moeite waard om gelezen te worden. Dat wil niet automatisch zeggen dat het een goed boek is, maar het was blijkbaar wel het juiste boek op het juiste moment.
Lezend wist ik lang niet wat ik er mee aan moest. Klopt, ik zag al snel waarom het shockeerde, waarom velen beledigd waren. Alhoewel ik niet begrijp dat je bewust een boek gaat lezen waarvan je weet dat het je zal ontstemmen. Maar goed, ik heb de jaren zestig niet bewust meegemaakt – überhaupt maar vijf dagen – dus is het voor mij lastig oordelen. Dus moet ik het boek an sich beoordelen. En juist als je al zo ver bent in een boek en nog steeds niet weet wat je moet vinden, moet dat ook wel iets zeggen over het verhaal.
Ik vond het niet zo heel boeiend. Ik zag de humor wel, vond het ontbreken van een spellingscontrole wel eens een keer leuk, stoorde me dus niet aan de vele taalfouten, maar ben ook niet zo eenvoudig geschokt. Na veel Brusselmans en Giphart, lijkt Cremer een watje. Daarbij heeft vooral mijn Vlaamse held vaak hoofdfiguren die, in mijn beleving althans, gaan leven. Cremer’s hoofdfiguur is hij zelf, waardoor je continu op zoek bent naar aanwijzingen of het nu een roman is of een autobiografie. Totdat je op een gegeven moment tot de conclusie komt dat het een autobiografische roman is, te veel overduidelijke onwaarheden en onlogische tegenstrijdigheden.
Maar toen ik dat allemaal achter de rug had, betrapte ik me zelf er op dat ik het toch wel een bijzonder boek vond. Ik bleef lezen. Ik wilde verder. Wat dan nog dat het niet goed geschreven is, wat dan nog als het bij elkaar gelogen is, daar gaat het toch niet perse om in een goed boek? Als het verhaal goed is, is de rest irrelevant. En Cremer is toch die onaangepaste authentieke kunstenaar die al wist dat hij een bestseller ging schrijven, voordat er ook maar een letter op papier stond. Lef. Knap.
Concluderend denk ik dat ik een stukje literatuurgeschiedenis heb gelezen van een bijzonder man. Een boek dat zijn plek in de canon van de Nederlandse literatuur zonder twijfel heeft verdiend. Misschien niet op stijl of diepgang, dan toch zeker wel op impact. En dat is ook wat waard. En ondanks dat ik dit boek met plezier heb doorgewerkt, denk ik niet dat ik wat mis als ik het tweede deel (bestseller betekent vervolg) oversla.
Citaat: “Je moet ook altijd je persoonlijke worp wegspoelen, dat gaat niemand wat aan, net zoals de lengte van je lid. Mensen die niet hun uitwerpselen spoorloos laten verdwijnen zijn schaamteloos, onnadenkend en egoïstisch. Als ik een weecee binnen kom en de pot ligt vol stront, is mijn plezier er af.” (p.260)
Nummer: 11-031
Titel: Ik, Jan Cremer
Auteur: Jan Cremer
Taal: Nederlands
Jaar: 1964
# Pagina’s: 347 (10351)
Categorie: Literatuur
ISBN: 2-87427-207-8
Meer:
Officiële site
Wikipedia
Scholieren.com
Marc (recensie)
Geschiedenis24.nl

Hella Haasse – Heren van de thee
Afgelopen jaar overleed Hella Haasse op 93 jarige leeftijd. Zelfs in de Engelse kranten stond dat nieuws (Telegraph). Ik had nog steeds niets van haar gelezen. En in het jaar van de dikke boeken, heb ik dus besloten Oeroeg over te slaan en het meesterwerk ‘Heren van de thee’ uit de kast te trekken.
Ooit reisde ik een week of twee door Indonesië, ik had het idee dat dat wel een voordeel zou zijn, toen ik dit boek begon. Het kaartje achter in het boek gaf aan dat het verhaal zich grotendeels rondom Bandoeng zou afspelen. Die stad vond ik uitgerekend een van de minste van de steden die ik bezocht op Java en Bali. Het zij zo.
Ook het boek viel me niet mee. Ik was al een behoorlijk stuk onderweg, toen ik moest constateren dat er eigenlijk nog steeds niet al te veel gebeurd was. Ook boeide het verhaal me niet echt, kwamen de karakters nauwelijks tot leven, het sukkelde eigenlijk een beetje voort.
Toch bleef ik wel lezen, ik wilde weten waarom Haasse zo geprezen werd, al tijdens haar leven overigens, na overlijden lijken de meeste schrijvers wel wereldtoppers, dat is geen maatstaf. Het verhaal was goed onderbouwd, er zijn vele familiearchieven voor doorgespit, het zal historisch allemaal wel kloppen. En dat maakte voor mij het boek de moeite waard. Een geweldig tijdsbeeld van Indonesië in de 19e eeuw en begin twintigste eeuw. Niet alle Nederlanders leefden als rijke kolonialen, het was ook voor velen een zwaar leven, ver van huis.
Door de hele geschiedenis ging het boek uiteindelijk ook meer leven. Daardoor heb ik het toch nog met plezier tot het einde volgehouden. Maar de klasse van Haasse heb ik helaas nog niet ontdekt. Hoeft ook niet meteen, hoeft niet in elk boek. Misschien dat ik nog wel een beter boek van haar lees. Ooit.
Citaat: “Rudolf zou zich de eerste maanden van zijn huwelijk altijd herinneren als het toppunt van geluk, ook al mislukte op Gamboeng de theeoogst door de ergste droogte sinds mensenheugenis” (p.187)
Nummer: 11-030
Titel: Heren van de thee
Auteur: Hella Haasse
Taal: Nederlands
Jaar: 1992
# Pagina’s: 335 (10004)
Categorie: Literatuur
ISBN: 90-01-55862-3
Meer:
Heren van de thee (Haasse-museum)
Scholieren.com
Literatuurgeschiedenis
Wikipedia

Levon Biss – One love
Boeken met foto’s van voetbal, voetballers of voetbalvelden. Een stille verslaving. Al is het dan een selectieve. Ik hoef echt niet alles te hebben. Maar een mooi boek past natuurlijk wel in mijn collectie. Nu ben je in de opruimingsbak sneller geneigd iets mee te nemen. En zo investeerde ik toch wel bijna vijf euro in dit boek, toen ik het tegenkwam in Münster.
En het gaat toch ook wel een beetje tegen mijn principes in. Een boek dat oorspronkelijk verscheen in het Engels en vertaald werd naar het Duits. Maar de foto’s gaven uiteindelijk toch de doorslag.
Na lezing bleef het tweeslachtige gevoel. Erg mooie foto’s, maar had er niet iets meer variatie in gemogen? Leuke citaten tussendoor. Maar allemaal net iets te veel van hetzelfde. Van zijn reis naar Indonesië komen tientallen foto’s terug, door het hele boek heen. Brazilië, idem dito. Het boek had van mij dunner gemogen. Een handvol echt goede foto’s per land was mooier geweest. En dan een paar landen meer misschien. Nu was het halverwege bijna voorspelbaar welke foto aan de beurt was.
Ondanks dat, blijft het boek gewoon op de plank voetbalfotoboeken staan, want Levon Biss heeft toch wel een heleboel mooie foto’s gevonden die de moeite waard waren en nog steeds zijn.
Citaat: “ Fussball ist ein einfaches spiel. Das schwieriche dabei ist nur, fussball auf einfache weise zu spielen. Johan Cruijff.” (p.185)
p.s. Ik denk dat ik een goedkope herdruk heb gevonden, want er staan tweedehands exemplaren voor liefst 500 dollar te koop via Barnes and Noble..
Nummer: 11-029
Titel: One love
Auteur: Levon Biss
Taal: Duits (Orig.: Engels)
Jaar: 2006
# Pagina’s: 382 (9669)
Categorie: Sport (Voetbal)
ISBN: 978-3-89660-298-5
Meer:
Official site
Wikipedia
Barnes and Noble
Amazon

Marcel van Roosmalen – Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt
Op dit boek zat ik al te wachten, toen ik nog niet eens wist dat het werd samengesteld. De verhalen van Marcel van Roosmalen waren altijd een hoogtepunt in de Vara-gids. Een geweldig observator met een onderkoeld gevoel voor humor.
Twee keer heb ik een boek door hem laten signeren. Jaren geleden in Almelo na een voorstelling van Hard Gras sprak hij me met u aan. Ik wilde nog bijna een geintje maken over McDonalds, maar vond het niet passend. Eind vorig jaar waren we in Enschede met een grote groep mannen, weer Hard Gras. Ik was de enige die een boek wilde laten signeren. Dit boek, ik was pas halverwege. Hij vroeg me mijn naam en kwam meteen met de reactie ‘Ben jij Gerbie van internet?’ Niet alleen volgt hij mijn twitter, hij wist zelfs precies welke foto daarnaast stond. Ik was erg verbaasd. Trots dat hij mij herkend had. Trots op zijn handtekening in mijn exemplaar van zijn boek.
Gedurende dit boek kwam ik er pas achter voor hoeveel bladen hij heeft geschreven de laatste jaren. Ik kende dus al zijn verhalen in Hard Gras en de Vara gids. In de Intermediair, HP/de Tijd, Veronica Magazine, het Parool en incidentele uitgaven kon ik hem ook niet tegenkomen, die las ik nooit. NRC-next, Volkskrant Magazine, Nieuwe Revu en Nu-Sport slechts incidenteel, dus ook daar miste ik een hoop.
In vele andere recensies van dit boek wordt Nederland neergezet als een triest land, gezien door de ogen van de schrijver. Ik ben het daar slechts ten dele mee eens. Want het beeld dat van Roosmalen schetst van Nederland is inderdaad niet een vrolijk makend verhaal, maar vele observaties zou hij ook hebben kunnen doen in Duitsland of België, zeker ook aan de overkant van de Noordzee, mocht hij de kans hebben gekregen om vergelijkbare artikelen te schrijven in die landen. Zo uniek is de Nederlandse cultuur nou ook weer niet.
De stijl van Van Roosmalen daarentegen is wel vrij uniek. En dat terwijl hij toch niets bijzonders doet. Hij gaat ergens heen, probeert op de achtergrond te blijven, observeert en schrijft zo precies mogelijk op wat hij ziet. En dat is bij vlagen hilarisch. Ik herlas het verhaal over een bus vol journalisten door Volendam. Hij blijkt de enige te zijn die niet kritiekloos meedoet met de tour. (“Een van de TROS-voorlichters kwam informeren of ik klaar was met mopperen. Ze had gehoord dat ik tegen iemand gezegd had dat ze Volendam moesten bombarderen. ‘Niet leuk!’, zei ze.”). Andere hoogtepunten zijn de oefenwedstrijd van het Nederlands elftal in Eindhoven (“’We gaan naar Zwitserland’, klonk helemaal niet als een aanmoediging. Het was een dreigement.”), een bezoekje aan Frankrijk waar een gezin meedoet aan het programma ‘ik vertrek’ (“In de winkels kon je gewoon aanwijzen wat je wilde hebben, Als ze dan toch een verschil moesten noemen, was het dat je hier lekker onder elkaar was.”) en de Cd-presentatie van Jannes tijdens een piratenfestijn (“De afgelopen jaren hebben ze uit protest geen carnavalskrakers meer geschreven, maar van die actie had niemand last.”).
Maar eigenlijk is elk verhaal de moeite waard, zitten er geen zwakke stukken in deze verzameling en is het boek op meerdere momenten de oorzaak van een spontane lachbui. Toch heeft het boek ook nadelen: het is een keer uit. Een volgend boek zal wel heel goed moeten zijn om weer zo positief ontvangen te worden, maar vooral moet Van Roosmalen oppassen voor zijn eigen succes. Want hoe beroemder hij wordt, hoe lastiger het wordt om dit soort stukken te kunnen blijven schrijven.
Citaat: “Een uur later verliet ik Schiphol, waar de opnames waren. Jan, van Taxi Jan, reed al jaren artiesten en mensen die te gast waren in talkshows. Hij had al van alles in de auto gehad: ministers, Gordon en Patty Brard. En ook wel eens onbekende mensen als ik, maar hij was nog nooit gevraagd om midden in de nacht naar een visvijver in Brabant te rijden.” (p.155)
Nummer: 11-028
Titel: Het is nooit leuk als je tegen een boom rijdt
Auteur: Marcel van Roosmalen
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 367 (9287)
Categorie: Non-fictie
ISBN: 978-90-290-8759-9
Meer door Marcel van Roosmalen:
Op pad met Pim
De Pimmels
Je hebt het niet van mij (Hard Gras 48)
Het jaar van de Adelaar (Hard Gras 66)
Geef me nog twee dagen (Hard Gras 78)

Keith Richards – Life
Ook weer een boek dat ik zelf nooit gekocht zou hebben, tenzij het in de opruiming lag. Maar als verjaardagscadeau daarom juist erg geschikt. Lees eens iets buiten je geijkte kader, iets nieuws. Vele lovende recensies had ik al gelezen (okay, eigenlijk gezien, scanreading is de beste term) over het openhartige boek dat Richards heeft geschreven. De gevolgen van dit boek waren voorspelbaar, ruzie nummer 418 tussen Jagger en Richards.
Volgens mij heeft Richards het boek helemaal niet zelf geschreven, James Fox wordt niet voor niets op de titelpagina genoemd. Een serie hele lange interviews lijkt mij, sommige hoofdstukken zijn overduidelijk spreektaal, geen verhaal. Daarbij komt dan dat Richards op meerdere punten een opmerking maakt in de trant van ‘hier komen we later op terug’. Irritant, want dat er chronologisch verband zit tussen dingen die in zijn leven gebeuren lijkt me wel heel voor de hand liggend. In een interview maak je dergelijke opmerkingen, volgens mij hoeven die niet op papier te verschijnen.
Er staat toch al vrij veel in over zijn jeugd. Het duurt hoofdstukken voordat we aan de Rolling Stones toe zijn, toch de reden dat de meerderheid van de fans dit boek hebben aangeschaft. Toch is al een zesde van het boek voorbij, een behoorlijke prestatie bij een pil van deze omvang. Kortom, genoeg redenen om te zeggen dat het me niet meeviel, deze geautoriseerde autobiografie.
Toch las ik met plezier verder, want de eenzijdige blik van Richards op de wereld was vermakelijk om te lezen. Iemand die jaren geleefd heeft in een roes van drank, drugs en muziek, kan daar mooi over vertellen. En dat kan Richards. Er is genoeg gebeurt om een komisch verhaal te vertellen, om tragiek te beschrijven, om ellende naar buiten te brengen. Dat Richards zich zelf geregeld tegenspreekt is dan ook eerder humoristisch dan irritant. Verwacht niet iemand die een genuanceerde geschiedenis te vertellen heeft, maar zie een eindeloze stroom anekdotes voorbij komen en je hebt een goed boek in je handen.
Dus niet het meesterwerk dat velen er van probeerden te maken, maar eerder de eenoog in het land der blinden. Tenslotte zijn vele (auto)biografieën van beroemdheden, in welk vakgebied dan ook, meestal saai, eenzijdig en kritiekloos. Dat kan de gitarist zeker niet verweten worden. Alleen al daarom verdient hij lof. Dat sommigen dat daarom aanzagen voor een klassieker is begrijpelijk maar onterecht.
Citaat: “Ik was in Parijs, samen met Marlon, op tournee toen ik hoorde dat ons zoontje Tara, toen net twee maanden, in zijn wiegje was overleden. (...) Het enige positieve wat dit betreft was dat Marlon en ik niet met onze neus boven op alle verdriet zaten. Ik moest die avond het podium op. Daarna was het doorploeteren met de tour en met Marlon en die dingen gescheiden houden. (p.390/391)
Nummer: 11-027
Titel: Life
Auteur: Keith Richards (ghostwriter James Fox)
Taal: Nederlands (Orig.: Engels)
Jaar: 2010
# Pagina’s: 575 (8920)
Categorie: Biografie
ISBN: 978-90-229-9567-9
Meer:
Official site
Wikipedia
NY Times
Guardian
Studenten.net

Stefan Verwey – Titel zoekt boek
Uit de Volkskrant ken ik zijn cartoons al. Altijd de moeite waard, in de boekenbijlage. Twijfel was er dus niet toen ik dit boekje in de opruimingbak tegenkwam. Naast de computer liggend, las ik elke keer tijdens het opstarten een paar cartoons.
Verwey beheerst de kunst die slechts weinigen onder de knie hebben. Met weinig woorden veel zeggen. Peter van Straaten kan het ook. Een plaatje, altijd een prominente plek voor (een) boek(en), een klein stukje tekst en er zit een heel verhaal achter. Het verhaal is duidelijk, maar tegelijkertijd geheel ter eigen interpretatie. Dan ben je volgens mij een groot kunstenaar.
Citaat: “Waarom niet net zoiets als Potter, maar dan helemaal anders” (p.44)
Nummer: 11-026
Titel: Titel zoekt boek
Auteur: Stefan Verwey
Taal: Nederlands
Jaar: 2001
# Pagina’s: 112 (8345)
Categorie: Cartoons
ISBN: 978-90-6169641-4
Meer:
Wikipedia
Auteurspagina bij de Harmonie
Titel zoekt boek bij de Harmonie
Vele cartoons via Google


John Irving – Last night in twisted river
Een boek van Irving is altijd een cadeau. Het woord epos komt vaak in me op. Het boek gaat ook nooit over een paar weken of een enkele gebeurtenis, het duurt decennia en de vele evenementen zijn allemaal onderling met elkaar verbonden. Alleen al daarom is elk boek weer een plezier om te lezen.
Aan de andere kant komt de voorspelbaarheid vaak om de hoek. Noordoost Verenigde Staten, een schrijver, beren, wat worstelen, minimaal 400 pagina’s, de overeenkomsten met meerdere voorgaande boeken zijn duidelijk.
Daarom ook kan ik wachten tot de paperback er is, hoef ik het boek niet perse meteen aan te schaffen. Ik stond op het punt, toen ik de kans kreeg om het boek door hem zelf te laten signeren. Maar de hoofdprijs die betaald moest worden voor een enkel boek had ik die dag niet in mijn portemonnee.
Maar natuurlijk kocht ik het boek later wel, las het dus afgelopen zomer. En weer heb ik me geen seconde geen verveeld, zat er geen overbodig woord tussen op alle 667 bladzijden en sleepte het verhaal me mee van begin tot eind. De schrijver in dit boek heet Danny, eigenlijk Daniel en woont met zijn vader in een houthakkersdorp. Een harde wereld, maar vooral een hele kleine wereld. Met een flinke klap komt er een dramatisch einde aan hun leven in het dorpje Twisted River. Daarna begint een vlucht die decennia lang duurt en altijd een rol blijft spelen in hun leven.
Danny is dan weliswaar de hoofdfiguur, maar de bijrollen (hij ziet zelf geen film in dit boek, hoorde ik destijds tijdens het interview dat Theo Hakkert mocht afnemen) zijn minstens zo belangrijk. Zijn vader Dominic leeft zijn hele leven met een schuldgevoel, wil dat zijn zoon het beter heeft, zoals elke vader overigens. Maar in zijn hoofd speelt wel mee dat de geschiedenis van zijn leven bepalend is geweest voor de manier waarop Danny nu leeft. Vriend Ketchum is niet omnipresent maar is voor zowel Danny als Dominic een erg belangrijke invloed.
Het knappe van de boeken van Irving is dat hij het absurde in zijn verhalen weet te verwerken, zonder dat je het gevoel hebt dat het nergens op slaat. Een naakte parachutiste die jaren in het hoofd van Danny blijft spoken, tot hij bijna gelooft dat hij het niet echt zo gezien heeft. Meerdere voorbeelden kun je zo uit het boek halen.
Gezien zijn leeftijd, de dikte van zijn boeken en de tijd die hij nodig heeft, ben ik bang dat we nog maar een paar boeken mogen verwachten van Irving. Ik zal ze in ieder geval van harte verwelkomen.
Citaat: “Danny stepped off the sidewalk and into the empty street, as if daring the blue Mustang to take notice of him. ‘Please don’t hurt my father or my son,’ Danny said. ‘Hurt me, if you have to hurt someone,’ he said .” (p.396)
Nummer: 11-025
Titel: Last night in Twisted River
Auteur: John Irving
Taal: Engels (US)
Jaar: 2009
# Pagina’s: 667 (8233)
Categorie: Literatuur
ISBN: 978-0-552-77658-5
Meer Twisted River:
Popmatters
Official site
Wikipedia
NY Magazine
New York Times
Guardian
VPRO
Vrij Nederland
Andere Irving boeken door mij gelezen:
My movie business
Waarom ik van Dickens hou
Until I find you
Pension Grillparzer
The fourth hand
A widow for a year

Carlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau – Locos por el Tour
Het ene Spaanstalige boek dat ik elk jaar wil lezen, werd dit jaar een wielerboek. Tijdens de Tour thuis vast begonnen met lezen, tijdens mijn vakantie in Spanje weer een heel stuk verder gekomen, daarna thuis en in de trein naar het werk uitgekregen.
Het wordt steeds vaker een opgave, lezen in een taal die je verre van perfect beheerst. Toch wil ik het volhouden, goed voor mijn woordenschat, daarbij lees je toch eens een keer iets anders. Juist bij dit onderwerp is dat vreemd, aangezien ik mezelf toch wel een beetje een Tourkenner durf te noemen. Maar de Tour vanuit Nederlands perspectief, of zelfs internationaal gezien, is iets anders dan de Tour vanuit Spaans oogpunt. Alleen daarom al was dit boek een plezierige verrassing voor mij.
Erg interessant om over oude Spaanse wielrenners te lezen, waarvan ik voordien nog nooit gehoord had. Sommigen reden een enkele keer de Tour, maar werden bekend door lokale koersen in Spanje te domineren. Vooral om deze reden vond ik het eerste deel van het boek, geschreven door Pernau het meest boeiend. Natuurlijk is het leuk om te lezen over Delgado, Arroyo en Indurain, maar meer dan wat achtergrondinformatie is er voor mij niet nieuw. Terwijl renners als Joseph Habierre, Vicente Blanco en Victorino Otero tot voor kort geen hersencel van mijn geheugen in beslag namen.
De ontwikkeling van het Spaanse wielrennen kwam pas laat op gang. De Vuelta heeft ook veel minder traditie dan de Giro en de Tour, de eerste tourwinnaar (Federico Bahamontes natuurlijk) kwam veel later en zelfs Nederland had eerder twee winnaars van de grootste wielerronde dan Spanje. Maar de achterstand werd in de jaren tachtig en negentig weggewerkt en Spanje werd een toonaangevende wielernatie. Ondertussen denken vele cynici ook te weten waarom, operatie Puerto lijkt voor velen de enige juiste verklaring. Toch kan het succes nooit alleen verklaard worden door doping, zeker gezien de algemene aanname dat de overgrote meerderheid van het peloton dezelfde middelen ter beschikking heeft.
Citaat: “Bahamontes no sabia bajar, tenia miedo. ‘Es que me cai una vez bajando de Montserrat y fui a parar a un cactus, y desde entonces tengo mucho miedo’, se justificaba unas veces.” (p.181)
Vrije vertaling (mijne dus): “Bahamontes kon niet afdalen, had angst. ‘Ik ben een keer gevallen in de afdaling van de Montserrat en kwam tot stilstand tegen een cactus, sindsdien heb ik erg veel angst’, rechtvaardigde hij soms.
Nummer: 11-024
Titel: Locos por el Tour
Auteur: Carlos Arribas, Sergi Lopez-Egea & Gabriel Pernau
Taal: Spaans
Jaar: 2003
# Pagina’s: 479 (7566)
Categorie: Sport (Wielrennen)
ISBN: 84-7871-733-1

De Muur 31 – Arthur van den Boogaard – Slipstroom
De ondertitel zegt veel. “Een kleine geschiedenis van schrijven en wielrennen”. Al veel vaker heb ik het hier beweerd, wielrennen is in mijn ogen de geschiktste sport om over te schrijven. Ik doe mijn best om een leuke verzameling aan te leggen. Ik red het op drie planken op het moment van schrijven. Na het lezen van dit boek ben ik er echter van overtuigd dat ik een verloren strijd aan het vechten ben. Van den Boogaard heeft vele mooie boeken gevonden, daar prachtig over geschreven en ik besef dat ik nooit zelfs maar een redelijke collectie wielerboeken zal hebben.
Andersom kan ik ook blij zijn dat ik nu weer een hele lijst titels heb gevonden waarvan ik weet dat ik ze ooit wil bezitten en lezen. Want ook in deze uitgave van De Muur kwam de auteur al snel tot de conclusie dat het onmogelijk is compleet te zijn, dat er te veel goede wielerboeken (en nog meer slechte) zijn verschenen om een goed overzicht te geven.
Toch is ondanks alle onmogelijkheden Van den Boogaard er in geslaagd om een prachtig en leesbaar boek te schrijven. Om vele onontdekte pareltjes te vinden, om bekende boeken aan een nieuwe analyse te onderwerpen. Dus zelfs al zou je niet van De Muur houden, dan nog is deze uitgave een must voor de sportliteratuurverzamelaar. Als catalogus. Als referentiekader. Als inspiratiebron. Of gewoon omdat het leuk is om te lezen.
Citaat: “En zo kunnen onwetenden altijd blijven beweren dat het feuilleton dat journalist en schrijver Marquez in 1955 wijdde aan de Colombiaanse wielrenner Ramon Hoyos niet veel meer was dan een aanstekelijk goed geschreven biografie. Daarvoor zijn het tenslotte onwetenden. Alle anderen begrijpen dat Hoyos, net als vele Colombiaanse renners in de jaren vijftig, een in de werkelijkheid rond pedalerende romanpersonage was. Je moet het willen zien. En Marquez deed dat.” (p.128)
Nummer: 11-023
Titel: De Muur 31 - Slipstroom
Auteur: Arthur van den Boogaard
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 240 (7087)
Categorie: Sport (Wielrennen)
ISBN: 978-90-204-1203-1
Meer:
29 28 26 25 24 23 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
Kees van Beijnum – De oesters van Nam KeeHet is tragisch dat een boek herinnert wordt via een moment dat er eigenlijk helemaal niets toe doet. Toch is dat bij dit boek het geval. Ik herinner het me precies. Vlak voor de verfilming uitkwam, stond Katja Schuurman in de Playboy. Een moment waar zo ongeveer alle mannen van Nederland al jaren naar uitgekeken hadden, werd bewaarheid dankzij de rol die Katja speelde. Thera, zo stond ze ook in het mannenblad.
Dus ook al stond het boek in de kast, was het zelfs een zogenaamde lijster, het boek bleef op de plank. Zelfs de film wilde ik niet zien, aangezien ik al jaren de regel hanteer dat ik het boek eerst wil lezen, voordat ik de film zie. De foto’s hadden mijn netvliezen via het internet allang bereikt, er was dus eigenlijk geen reden dit boek te lezen.
En dat was ook niet helemaal eerlijk, want elk boek verdient een kans. Van Beijnum schijnt best een goede schrijver te zijn, dus was er de kentering eerder dit jaar. De film kwam op televisie. Ik nam ‘m op, maar keek nog niet. Mijn eigen regel indachtig, heb ik het boek eerst gelezen, om de auteur de kans te geven het beeld te bepalen, niet de regisseur. Natuurlijk heb je tijdens het lezen van de naam Thera wel een beeld van de tegenwoordige mevrouw Römer voor ogen, maar verder ben ik onbevooroordeeld het boek ingedoken.
Ik moet zeggen dat ik prettig verrast was. Het verhaal van de jonge Berry die tijdens zijn examenjaar het gymnasium vaarwel zegt en op het verkeerde pad raakt, was een boeiende en interessante geschiedenis. Verkeerde vrienden, tot over zijn oren verliefd op een stripdanseres, ik denk dat vele jeugdigen zich zonder problemen kunnen inleven in de hoofdpersoon.
Buiten dat klopt het verhaal gewoon. De gebeurtenissen die los van elkaar soms absurd overkomen, zijn binnen het verhaal allemaal een logisch gevolg van de voorgaande perikelen. Berry wordt volwassen, Thera worstelt met haar werk en haar gezondheid, zijn vrienden moeten belangrijke beslissingen nemen, zijn familie verliest de grip en valt langzaam uiteen.
En dat allemaal in een boeiende schrijfstijl, een vlot verhaal en genoeg humor om de ellende te verteren. Ik heb met plezier gelezen over de oesters aan de Zeedijk. Toen ik de film later alsnog bekeek, viel die, als verwacht tegen. Redelijke vulling van een avond, maar niet echt herinneringswaardig. Het boek was weer eens beter.
Citaat: “ Ik heb nooit een meisje gezien met zo’n backhand. Hij maakte een droog en krachtig geluid, het geluid dat iedere tennisser onmiddellijk zal herkennen als afkomstig van een professionele slag. Maar ik deed nooit mijn ogen halfdicht om dat jonge, veerkrachtige lichaam van haar in gedachten naakt en willig onder mijn handen te kunnen zien.” (p.102)
Nummer: 11-022
Titel: De oesters van Nam Kee
Auteur: Kees van Beijnum
Taal: Nederlands
Jaar: 2000
# Pagina’s: 320 (6847)
Categorie: Fictie
ISBN: 9001-55863-1
Meer:
Eigen site
Liefst 51 boekverslagen op Scholieren.com
Film op IMDB

Marcel van Roosmalen – Geef me nog twee dagen (Hard Gras 78)
Ik had me voorgenomen dit jaar slechts dikke boeken te lezen. Een pagina of 300 is toch wel het minimum. Maar dan valt de laatste aflevering van Hard Gras in de bus. Marcel van Roosmalen, geweldige schrijver, had precies gedaan wat velen hoopten. Schrijven over Vitesse. En wat kun je je als volger nu meer wensen dan een jaar bij een club als Vitesse.
In 2006 verscheen "Je hebt het niet van mij" deel 48 van Hard Gras, waarin hij voor het eerst zijn clubje volgt. Ontluisterend. Een profclub waar dingen gebeuren waar een amateurclub zich voor zou schamen. In deel 66 volgt deel twee. Nog steeds goed, maar minder origineel. Kan ook niet anders. Daarmee zou het klaar moeten zijn, het Swiebertje effect moest vermeden worden.
Maar dan staat er ineens een Georgische zakenman in Arnhem die de club gekocht blijkt te hebben en binnen drie jaar kampioen van Nederland wil zijn en Europa in wil met de club. Natuurlijk moet er dan een nieuw boek komen. En wie kun je dan beter vragen dan van Roosmalen?
Toch heeft het ook een nadeel: men kent de schrijver ondertussen goed bij de club. Hij kan niet meer zo ongestoord zijn gang gaan als de eerste keer. Er gebeurt tegelijkertijd zo veel, dat het voor een eenzame observator bijna onmogelijk is om alles mee te krijgen. Toch is ook deze uitgave van Hard Gras weer geslaagd. Het was bij vlagen ook hilarisch wat er allemaal gebeurde. Daar hoef je als schrijver geen draai aan te geven, geen interpretatie op los te laten. Gewoon opschrijven wat je ziet is genoeg voor schitterende momenten voor de lezer.
Ik heb dan ook weer volop genoten van de hoofdpersonen in dit boek. De megalomane Jordania, de losgeslagen van Leeuwen, de onervaren Ferrer en de vele werknemers die niet wisten wat ze overkwam.
Citaat: "Ik zou liegen als ik zeg dat een transfer naar Vitesse een droom was. Ik kende deze club amper, maar het verhaal en de ambities klonken goed. Het leek me een mooi opstapje naar de Premier League." (p.96)
Nummer: 11-021
Titel: Hard Gras 78. Geef me nog twee dagen.
Auteur: Marcel van Roosmalen
Taal: Nederlands
Jaar: 2011
# Pagina’s: 112 (6527)
Categorie: Sport (Voetbal)
ISBN: 978-90-713-5944-6
Meer Hard Gras:
73
72
71
70
69
68
67
66
65
64
63
62
61
60
59
58
57
56
55
54
53
52
51
50
49
48
47
46
45
44
43
42
41
40
39
38
37
36
35
34
33
31
30
29
28
27
26
25
24
23
22
21
20
Meer van Roosmalen:
Torpedo 1
Op pad met Pim
De Pimmels
Zijn blog
Columns in NRC next

Dawn French – A tiny bit marvellous
Vorig jaar op mijn verjaardag gekregen, van mijn zusje, zoals veel goede boeken in mijn kast. Tien maanden later zie ik ineens dat de Nederlandse vertaling uitkomt. Moet ik het boek vrij ‘vers’ hebben ontvangen. Nu is een boek van French geen verrassende keuze. Mijn gevoel voor humor heeft veel te maken met de Engelse serie ‘Comic Strip’. (IMDB) Indirect is Monty Python natuurlijk de grondlegger, maar ik bestond nog niet eens toen die serie voor het eerst te zien was.
Maar de makers van Comic Strip Presents, een serie die in Nederland nooit echt aansloeg, zijn ook de mensen in en achter The Young Ones, Bottom, Absolutely Fabulous, A bit of Fry and Laurie, The Vicar of Dibley en vele andere goede Britse komedies. Grappig om te zien dat velen sindsdien ook boeken hebben geschreven. Stephen Fry en Ben Elton zijn tegenwoordig zelfs meer schrijver dan wat anders, maar ook Adrian Edmonson, Hugh Laurie en Alexei Sayle staan in mijn boekenkast. In dat rijtje staat nu ook Dawn French.
Toch viel dit boek me niet mee. Waar vooral Ben Elton er in slaagt om iets van zijn engagement in zijn romans te verwerken, is het debuut van Dawn French vooral lectuur met niet al te veel diepgang. Sterker nog, het verhaal kwam niet echt op gang, leek af te streven op een stapel papier zonder plot. Gelukkig viel dat gaandeweg toch nog mee, maar ik kan niet echt dolenthousiast worden van dit boek.
Het verwisselen van standpunt werkt weliswaar goed, maar de karakters zijn zo verdomd eendimensionaal dat je na een bladzijde of dertig al kunt voorspellen hoe het volgende hoofdstuk er uit zal zien. Niet verwijtbaar, maar het is wel te zien dat French vooral schreef voor sketches. De ‘cast’ is een verzameling extreme stereotypes. De homofiele intellectuele zoon (“I merely breathe. I do not live a life worth living”). De opstandige tienerdochter (“I know I’m supposed to like be revising ‘n’ shizz but it’s not my fault Mum took me to see the nurse just before exams.”) en de onzekere van binnen maar zeker naar buiten toe moeder, tevens psycholoog, maar ondertussen begrijpt ze haar eigen kinderen niet (“Surely I am not replacing my ever-diminishing relationship with my own adolescents with an equally challenging injection of youth in the form of a young lover?”). De anderen in het boek zijn bijrollen, zelfs ‘Dad’ komt pas in hoofdstuk 74 voor het eerst aan het woord. De belangrijkste bijrol is er voor de jonge stagiaire uit Nieuw Zeeland van moeders, die de nodige avances moet zien te ontwijken.
Het verhaal is dus niet al te diep. De karakters eendimensionaal en de plot erg mager. Ondanks dat alles is dit geen vervelend boek om te lezen. Daarvoor heeft French te veel humor, te veel zelfspot. Zo lang er maar geen literatuur wordt verwacht, geen boodschap, geen diepere betekenis, dan kun je een paar aangename uurtjes doorbrengen met dit boek.
Citaat: “I just so love my new puppy? I’ve decided to call him Elvis coz he’s like so huge and black. Like the real Elvis was. Dad like laughed his head off when I told him that.” (p. 279)
Nummer: 11-020
Titel: A tiny bit marvellous
Auteur: Dawn French
Taal: Engels (UK)
Jaar: 2010
# Pagina’s: 338 (6415)
Categorie: Fictie
ISBN: 978-0-718-15605-3
Meer French:
Comic Strip Presents
Dawn French (IMDB)
Dawn French (Wikipedia)
French and Saunders
Interview (Telegraph)
Recensie (Metro)
YouTube interview:

Herman Koch – Odessa star
De eerste boeken van Koch las ik met veel plezier. Vooral ‘Red mij Maria Montanelli’ kan ik mij herinneren als goed en grappig. Toch volgde er toen een decennium waarin ik zijn boeken wel aanschafte, maar blijkbaar niet las. Waarom snap ik zelf ook niet. Zijn boeken tot dat moment waren allemaal de moeite waard, zijn columns las ik met plezier, Jiskefet was een van mijn favoriete programma’s.
En toen kwam Het Diner, een echte bestseller. Het boek dat op feestjes werd aangeprezen, het boek dat je gelezen moest hebben. Ook ik vond het een leuk boek, maar zeker niet zijn beste. Gelukkig stonden er in mijn kast nog een aantal ongelezen boeken van Koch. Odessa Star was er daar dus een van.
Het verhaal loopt ook als een trein, je zit er snel in, het kost moeite om het boek neer te leggen. Fred Moorman, de hoofdfiguur, is druk bezig een leven op te bouwen in Nederland, na terugkeer uit Curacao. Een nieuwe vriendenkring moet daar onderdeel van zijn en oud-klasgenoot Max G. speelt daar dan een prominente rol in.
Fred heeft moeite met zijn leven, terwijl Max overduidelijk het gemaakt heeft. Hoe dat is een beetje onduidelijk, al zijn er genoeg aanwijzingen dat niet alles op een geheel legale manier gebeurde. Toch zoekt Fred op bijna kinderlijke wijze aansluiting bij Max, wat onherroepelijk gevolgen heeft voor zijn eigen leven.
Het lijkt er op dat Koch met Odessa Star heeft willen aansluiten bij de ophef rondom de criminele afrekeningen van een tijdje terug, vooral in en om onze hoofdstad. Topcriminelen werden beroemdheden, ze gingen om met de society van het land, maar werden ook continu achtervolgd door de dreiging van afrekeningen. De sfeer van dit boek is bepaald door die tegenstelling. De glamour tegenover het simpele gegeven dat een mensenleven weinig kost.
Daarmee is het boek ook oppervlakkiger dan veel van zijn andere boeken. Het verhaal wordt voorspelbaar. Misschien is dat juist ook wel de bedoeling van Koch geweest, dat durf ik niet te zeggen. Het gaf mij aan het eind van het boek wel het gevoel ‘is dit nu alles?’, wat toch jammer is als je een boek uit hebt. Sterker nog, erg jammer omdat het ondanks die twijfel wel een leuk verhaal was om te lezen
Citaat: “Ik was van zender verwisseld, en zag mensen die ergens op een trottoir bloemen neerlegden en waxinelichtjes aanstaken, waarschijnlijk weer voor een slachtoffer van ‘zinloos geweld’. Zou het niet veel meer bevrediging schenken, zo vroeg ik me af, om naar de woning van de familie van de dader te trekken en daar de ruiten in te gooien, en er vervolgens bijvoorbeeld brand te stichten; zou dat laatste als signaal aan de plegers van ‘zinloos geweld’ niet veel duidelijker overkomen, en zou het misschien een bijdrage kunnen leveren om meer gevallen van ‘zinloos geweld’ in de toekomst te voorkomen?” (blz. 130/131)
Nummer: 11-019
Titel: Odessa star
Auteur: Herman Koch
Taal: Nederlands
Jaar: 2003
# Pagina’s: 304 (6077)
Categorie: Fictie
ISBN: 90-467-0312-6
Meer:
Het Diner
Dingetje
Boeken.blogo.nl over Odessa star
Herman over boeken over Odessa star
Scholieren.comover Odessa star
Tim Moore – Franse omwentelingenDe plank wielerboeken heeft ondertussen een broertje gekregen, slechts een plank was niet genoeg. Nu is wielrennen de mooiste sport als het op literatuur aankomt tenminste. Geen gekke ontwikkeling dus. Dit boek stond er al een tijdje op. In een opruiming gekocht, anders was ik niet voor de vertaling gegaan, maar het leek me wel een leuk idee.
Moore bedacht dat het wel een leuk idee was om het parcours van de Tour de France in 2000 te rijden. Dit deed hij dus een dikke maand voor de Tour zelf het traject zou gaan afleggen, ook nog eens zo goed als ongetraind. Al snel heb ik het idee dat het gedachtespinsel van Moore niet geheel op zich zelf stond. Hij schreef al twee boeken, dit leek hem een idee om er een boek over te schrijven. Volgorde is dus belangrijk. Eerst heb je een idee, dan besluit je er een boek van te maken of je wil een boek schrijven en hebt daarvoor een absurd idee nodig. De eerste optie vind ik logisch, de tweede wel te verdedigen, maar een stuk minder sympathiek.
Moore is een van de weinige Engelsen die de Tour de France daadwerkelijk heeft gevolgd, zijn hele leven al. Zijn queeste (want dat wordt het al snel) is dus niet een vreemde gedachtegang. Maar wat is nu het onderwerp van het boek? Frankrijk? De Tour? De schrijver? De fietstocht van de schrijver? Echte keuzes worden niet gemaakt en zo wordt het boek een beetje van alles en automatisch van alles niets.
Als Moore dan ook nog een met de kaart in de hand zoekt waar hij kan afsnijden, de eerste de beste berg niet over fietst, verliest hij in mijn ogen een flink stuk geloofwaardigheid. Zijn gezin vliegt later ook naar Frankrijk om hem te ondersteunen, op vele momenten lijkt hij op een schrijver die zijn eigen idee eigenlijk liever niet wil uitvoeren.
Maar ondanks alle kritiek is dit geen slecht boek. Moore vertelt leuke verhalen, heeft oog voor details, bezoekt vele bijzondere dorpjes, komt er achter hoe zwaar de Tour echt is en leert zichzelf beter kennen. Hij heeft een gevoel voor humor en kan een leuk stukje schrijven.
Dus zo lang je geen extreem hoge verwachtingen hebt wanneer je dit boek oppakt, is dit een aanrader voor tijdens de wandeletappes van de Tour op de bank, voor op de berg, wanneer je nog 8 uur moet wachten voordat de renners er zijn of voor op het strand, vlak voordat de Tourreportage op televisie begint. Wel leuk overigens dat hij eindigt met een geintje dat wij tijdens een vakantie zeventien jaar eerder ook al hadden uitgevoerd. Je eigen naam op de weg schrijven ipv een willekeurige wielrenner.
Citaat: “Geen tijd of energie voor het soort vindingrijke grappenmakerij na werktijd waar de Zwitser Oscar Plattner het patent op had: als de wereldkampioen sprint van 1955 een Tourrenner was geweest, dan had Procycling misschien nooit herinneringen kunnen ophalen aan een dermate fors geschapen jongeheer dat ‘er onder de juiste omstandigheden zeven parkieten op konden plaatsnemen, mits de laatste op één poot ging staan’.” (blz. 192/193)
Nummer: 11-018
Titel: Franse omwentelingen (Orig.:French revolutions)
Auteur: Tim Moore
Taal: Nederlands (Orig.: Engels)
Jaar: 2002 (Orig.: 2001)
# Pagina’s: 319 (5773)
Categorie: Sport (wielrennen)
ISBN: 90-5501-961-5
Meer:
Wikipedia
Independent (review)
Bookreviewblog

Jimmy Burns – Barca
Dit boek stond al een paar jaar op de plank te wachten, tijdens de maand van de clasico’s (4 keer Real tegen Barca) besloot ik om het er maar eens van af te pakken. Het staat op de plank ‘voetbalboeken’, maar had eigenlijk net zo goed op de plank ‘politiek’ of ‘cultuur’ kunnen staan.
De geschiedenis van een club beschreven door een buitenstaander, niet de meest logische combinatie. Toch klopt het wel. Want ook al is Burns een halve Spanjaard, zelfs al is hij geboren vlak bij het Bernabeu stadion in Madrid, hij is genoeg insider om de cultuur te begrijpen en te beschrijven, hij is als halve buitenlander ook in staat afstand te nemen en kritisch te kijken naar de club die op dit moment gezien wordt als de beste ter wereld.
Barcelona is een schitterende club. Opgericht in 1899 door een aantal buitenlanders en Catalanen, werd het de club die het nu is, of zoals ze zelf terecht zegt ‘mes que un club’, meer dan een club. De geschiedenis van de club zit vol met politieke conflicten, waarbij de bekendste natuurlijk de strijd tegen het Real Madrid van dictator Franco is. Decennia werden de Catalanen onderdrukt, achtergesteld, gediscrimineerd, vernederd. De voetbalclub werd langzaam maar zeker het symbool van een streek, een volk, een taal, zich afzettend tegen de machthebbers in Madrid.
Maar natuurlijk zijn er ook de schitterende voetbalverhalen. Over Kubala, Cruijff, Maradona en Ronaldo. Messi was nog een jong jochie toen dit boek uitkwam, misschien over een paar jaar een herziene versie met het wonderteam van Guardiola en ster Lionel Messi. Trainers Herrera, Kubala, Michels en Cruijff drukten hun stempel ook op de club. Maar ook een ster die ik voordien niet kende, Pepe Samitier leer ik dankzij dit boek kennen. We zien bijrollen voor Franco, Samaranch en andere criminelen.
Een samenvatting is bijna niet te doen, de geschiedenis van de club staat vol van incidenten, vermoorde voorzitters, rebellerende spelers, geblokkeerde transfers, corrupte scheidsrechters, schitterende voetballers en een al maar groeiend ledental. Wel durf ik te beweren dat Burns het standaardwerk voor clubbiografieën heeft geschreven. Mocht je een andere club willen beschrijven, dan is dit boek verplichte literatuur.
Citaat: “Maar Herrera was meer dan alleen maar excentrieke toneelspelletjes, hij wist ook heel veel van het voetbal. Hij beschikte zonder twijfel over meer ervaring en visie dan welke van zijn voorgangers bij de club dan ook, zijn niveau was vergelijkbaar met dat van sommige van zijn grote opvolgers. (blz.198)
Nummer: 11-017
Titel: Barca – De passie van een volk
Auteur: Jimmy Burns
Taal: Nederlands (Orig.: Engels)
Jaar: 2000
# Pagina’s: 400 (5454)
Categorie: Sport (Voetbal)
ISBN: 90-6005-928-X
Meer:
Official site
Amazon
Hard Gras 23
Hard Gras 29
Hard Gras 40
Hard Gras 71

Hein de Kort – Slappe balle
Herlezing. Niet gepland. Wel erg snel. Dochter was wakker, maar wilde niet uit bed komen na haar middagdutje. Ben ik maar even een kamer verderop gaan liggen om te wachten, elke keer de trap op en af is geen hobby.
Snel dit boekje gegrepen, gelezen en precies op tijd uit toen dochter alsnog het bed uitwilde.
Jaren lang erg grote fan van De Kort geweest. Laatste jaren wat minder. Heeft zijn trucje toch ietwat te veel uitgemolken. Dit boekje is daar typisch voorbeeld van. Er moet iets over voetbal komen. Vele oude cartoons en strips worden weer afgestoft en gebundeld, paar nieuwen er tussen door, kaft er om heen, voila, weer een boek.
Of heeft het gewoon een kwart eeuw geduurd voordat ik door had dat puberale humor niet altijd leuk blijft?
Citaat: “Scheids is t waar dat alle scheidsrechters eigenlijk geflipte gefrustreerde voetballers zijn?” (blz. 66)
Nummer: 11-016
Titel: Zakboekje deel 1 / Slappe balle
Auteur: Hein de Kort
Taal: Nederlands
Jaar: 2000
# Pagina’s: 96 (5054)
Categorie: Cartoons
ISBN: 90-5425-804-7
Meer:
Hein de Kort.nl
YouTube (Pardon Lul TV)
Piet & Riet van de Buis, Samen uit samen aan
Piet & Riet van de Buis – Breedbeeldbagger
Klein maar Hein
Dirk & Desiree, Mag dit? (deel 11)
Slappe balle (tien jaar geleden)

Charles D’Ambrosio – Het dodevissenmuseum
Een tijdje geleden schreef ik het al. Gerbie is een echte recensent. Tenminste voor een boek, dit boek. Een boek met een fascinerende titel, het verhaal dat het boek de naam geeft is meteen een van de leukste. De verklaring van de titel is ook (ik zal hem niet verklappen) grappig.
Toch is grappig niet een woord dat vaak gebruikt zal worden als het om dit boek gaat. De hoofdpersonen in de acht verhalen zijn niet grappig, er hangt een triestheid om hen heen. Zelfs zo duidelijk dat ik even terug moest denken aan de middelbare school. Het was geen officiële definitie, maar het verschil tussen lectuur en literatuur was of het goed afliep of slecht. Als die gehanteerd wordt, dan schrijft D’Ambrosio zeker literatuur.
Ik ben wel een liefhebber van het genre korte verhalen. Remco Campert en Kees van Kooten zijn twee van de grootste Nederlandse schrijvers in mijn ogen. David Sedaris ontdekte ik nog niet zo lang geleden. In mijn ogen is Charles D’Ambrosio (nog?) niet van hetzelfde kaliber. Pas bij het vierde verhaal raakte het boek me echt. Onderhuidse spanning. Erg knap gedaan, want zoveel gebeurde er niet. Juist dat maakt het verhaal (Naar het noorden) zo boeiend.
Mijn favoriete verhaal uit deze bundel is het verhaal van Lance en Kirsten (Het grote geheel), op de vlucht voor alles en nog wat, moeite met het leven. Het blijkt wel een beetje het centrale thema van D’Ambrosio te zijn.
In een recensie elders op het web las ik de suggestie dat er bij het vertalen het een en ander verloren is gegaan. Ik sluit me daar bij aan. Onvermijdelijk natuurlijk, vertalen is een van de moeilijkste vakken, waarbij het eindresultaat op zijn hoogst bevredigend is, perfectie bestaat niet. De subtiliteiten van een origineel gaan helaas verloren doordat woorden vertalen wel kan, maar culturele implicaties en een ondertoon niet mee vertaald kunnen worden. Geen verwijt dus naar de vertalers, al bevreemd het me wel dat liefst drie verschillende vertalers aan dit boek hebben gewerkt. Zou het boek niet aan kracht hebben gewonnen door het in de handen van een vertaler te laten? De vraag stellen is hem beantwoorden denk ik.
Charles D’Ambrosio heeft vele prijzen gewonnen in de Verenigde Staten. Daaruit volgt automatisch dat hij wel een goede schrijver moet zijn. In meerdere verhalen komt dit ook wel naar boven, maar als geheel heeft het dodevissenmuseum mij nog niet overtuigd. Misschien toch zijn eerste boek, een decennium ouder, aanschaffen en in het Engels lezen.
Citaat: “Hij nam de urn onder zijn arm alsof het een rugbybal was en verliet de kerk snel, de trappen af, naar de hoek waar de auto van de oude man geparkeerd stond. Zijn moeder wilde de urn op een marmeren plank in het familiemausoleum zetten, maar Kyte had andere plannen, of dacht tenminste dat hij ze had, terwijl hij de sleutel omdraaide en de motor startte van de bejaarde Eldorado.” (p.216)
Nummer: 11-015
Titel: Het dodevissenmuseum (Orig.: The Dead Fish Museum)
Auteur: Charles D’Ambrosio
Taal: Nederlands (Orig.: Engels)
Jaar: 2011 (Orig.: 2006)
# Pagina’s: 245 (4958)
Categorie: Fictie
ISBN: 978-90-797-7004-5
Uitgeverij: Karaat, Amsterdam
Meer:
Uitgeverij Karaat
The scheme of things (The New Yorker)
Her real name (Barcelona review)
Wikipedia (NL)

Dougie Brimson – Billy’s log
Mike Gayle heb ik wel eens vergeleken met Chicklit. Zijn boeken zijn eigenlijk niet de mannelijke tegenhanger, maar blijken gewoon Chicklit voor mannen. De echte tegenhanger moet de ‘Ladlit’ zijn. Boeken als deze van Dougie Brimson. Tot nog toe kende ik hem vooral van boeken over voetbalfans. Hooligans is misschien een beter woord. Een interessante subcultuur, maar na een boek of vier ben je daar wel mee klaar gok ik.
Welkom Billy Ellis. Geschreven voor weblogs bekend werden, maar in een stijl die daar perfect bij zou passen. Een log is uiteindelijk een soort dagboek. We volgen de hoofdpersoon een jaar lang in zijn strijd met het leven. Een strijd waarin hij een poging doet volwassen te worden. Tenslotte nadert hij de dertig, heeft hij nog steeds geen vriendin, baalt hij van zijn werk en is de enige vastigheid in zijn leven een seizoenskaart van Watford.
Billy is een typische Engelse lad. Hij gaat naar de pub met zijn mates, hij volgt zijn clubje en vindt dat erg belangrijk, is op kantoor drukker met lageschoolgeintjes dan met het werk zelf en heeft geen idee wat er in het hoofd van een vrouw omgaat.
Brimson beschrijft het jaar van Billy op een komische manier, er zit toch ook een serieuze ondertoon in het boek, dat je op het eerste gezicht niet meteen ziet, maar die er wel degelijk in verwerkt is. Een bekend principe uit de literatuur natuurlijk, coming of age, al geloof ik niet dat Brimson snel tot de literatuur gerekend zal worden.
Leuk boek, snel gelezen.
Citaat: "Went for a post-work drink and a pizza with Liz and, among numerous other things, discussed the issue of porn. Something we are both highly qualified to discussed but for different reasons." (p.129)
Nummer: 11-014
Titel: Billy’s log
Auteur: Dougie Brimson
Taal: Engels (UK)
Jaar: 2000
# Pagina’s: 312 (4687)
Categorie: Fictie
ISBN: 0-7472-6386-8
Meer:
Dougie Brimson.com
Top dog

Earvin ‘Magic’ Johnson – My life
Een moment veranderde het leven van Magic Johnson. De basketballer was al beroemd. Was al een levende legende. De Red Hot Chilli Peppers schreven al een lied over hem. Maar het moment dat de hele wereld zich herinnert, zelfs niet-sportliefhebbers, is het moment dat hij bekend maakte dat hij HIV had opgelopen. AIDS was op dat moment vooral een ziekte voor homoseksuelen. Een straf van god volgens bekrompen religieuze mensen. Ineens bleek AIDS een echte ziekte, een dodelijke ziekte die iedereen kon treffen. Zelfs een topsporter die miljoenen per jaar verdient.
Het was natuurlijk onvermijdelijk dat er een boek over hem geschreven zou worden. Er zullen er vast meerdere zijn. Maar zijn eigen verhaal is natuurlijk altijd het beste, vandaar dat hij in samenwerking met een journalist dit boek heeft geschreven. Een, in mijn ogen, typisch Amerikaans boek. Netjes het verhaal van de jonge jongen die the american dream waarmaakt. Van krantenjongen tot miljonair. Over zijn arme jeugd en zijn mooie leven.
Geen kritisch woord te vinden, iedereen is aardig, iedereen is een vriend voor het leven, nergens kom je klootzakken, foute beslissingen, pech of foute vrienden tegen. Elke tegenslag is een levensles en maakt je sterker. Elk familielid, medespeler en coach heeft het beste met hem voor.
Maar als je even langs het laagje vernis leest, dan kun je toch ook niet anders concluderen dat Johnson een aardige vent is. Wel met een raar wereldbeeld soms, maar geen vervelende verwende sportmiljonair. Toch kost het mij moeite om een aantal van zijn gedachtekronkels te begrijpen. Vooral de manier waarop hij HIV opliep blijft vaag. Eigenlijk ook niet, 41 uitwedstrijden per seizoen, tientallen groepies per speler, het is vreemd dat hij de enige is die het virus opliep. Wat mij dan wel weer verbaast is het feit dat zijn vrouw volledig achter hem blijft staan. ‘Stand by your man’, lijkt het basisprincipe van bedrogen Amerikaanse vrouwen van mannen met geld en/of macht. Zijn vrouw, vriendin vanaf de middelbare school, Cookie, vormt hierop geen uitzondering.
Leuk om te lezen vond ik echter vooral de beschrijvingen van wedstrijden, play-off series en confrontaties met andere sterren. Verhalen over Larry Bird, Michael Jordan en Kareem Abdul-Jabbar. Ik ben een sportliefhebber, in de VS hebben de NBA en MLB mijn aandacht, twee schitterende sporten die ik hier in Nederland helaas veel te weinig zie.
Dit boek was een leuk treinboek, elke keer dat ik met de trein ging een hoofdstukje verder. Niet te diepgaand, al had dat best gekund. Wel veel mooie sportverhalen en dat past dan ook wel weer bij de hoofdrolspeler. Want ondanks zijn beroemdheid door die ene persconferentie twintig jaar geleden, is Johnson natuurlijk gewoon een van de beste basketballers aller tijden. Een genot om naar te kijken, ook leuk om over te lezen.
Citaat: “The truth is, I wouldn’t be writing this chapter at all if I hadn’t contracted HIV somewhere along the way. That’s why I have a responsibilty to deal with this subject, although I’d be a lot happier not to. This is my private life we’re talking about.” (p.281)
Nummer: 11-013
Titel: My life
Auteur: Earvin ‘Magic’ Johnson with William Novak
Taal: Engels (US)
Jaar: 1992
# Pagina’s: 400 (4375)
Categorie: Sport
ISBN: 0-09-920011-2
Meer:
Kirkus reviews
Goodreads
Amazon
What'll happen with this LiveJournal in 2012?
For my Dutch friends (or those who do read the language at least): www.gerbie.nl
For my Dutch friends (or those who do read the language at least): www.gerbie.nl




